| |
De juridische grondslag van een
samenwerkingsverband is gelegen in artikel 10 van de Wet Voortgezet
Onderwijs, waarin aangegeven wordt dat een verband gevormd moet worden,
dat tot doel heeft zo veel mogelijk leerlingen in het samenwerkingsverband
voor wie vaststaat dat een orthopedagogische en orthodidactische
benadering is geboden, deel te laten nemen aan het onderwijs in een van de
leerwegen dan wel praktijkonderwijs.
Het SWV VO Midden-Brabant voert de volgende
zes wettelijke taken uit:
-
Het zodanig organiseren van speciale zorg aan
leerlingen behorend tot de doelgroep, dat voor hen binnen alle scholen
van het Regionaal Samenwerkingsverband passend onderwijs aanwezig is.
-
Het maken van afspraken over de toelating van
leerlingen vanuit het basisonderwijs en het VMBO die in het leer- en
ontwikkelingsproces belemmeringen ondervinden of naar verwachting zullen
ondervinden, tot scholen voor Praktijkonderwijs, of afdelingen voor
Leerwegondersteunend Onderwijs verbonden aan VMBO scholen.
-
Het bevorderen van de
deskundigheidsuitwisseling binnen een Regionaal Samenwerkingsverband en
het adviseren van het bevoegd gezag van elk van de deelnemende scholen,
inzake de deskundigheidsbevordering van leraren in relatie tot het doel
van het Regionaal Samenwerkingsverband.
-
Het registreren van in-, door- en
uitstroomgegevens van leerlingen behorend tot de doelgroep in het
Regionaal Samenwerkingsverband.
-
Het afstemmen van het eigen beleid op dat van
de betrokken gemeenten op het terrein van onderwijs, jeugd en
hulpverlening en het streven naar wederzijdse afstemming daartussen.
-
Het na afloop van het schooljaar evalueren van
de activiteiten, die zijn ondernomen.
Bron: Wet Voortgezet Onderwijs (artikel 10). |
|